Wat vindt de flexkracht belangrijk?

Een onderzoek onder flexkrachten en intercedenten.

Wij geloven dat mensen het verschil maken wanneer hun volledige potentieel wordt benut. Daarom zeggen we: first people, then technology. Dat betekent dat we niet zomaar nieuwe technologieën ontwikkelen. We laten de mens en zijn uitdagingen het vertrekpunt zijn. Van daaruit creëren we gebruiksvriendelijke, elegante producten die relevante problemen oplossen voor mensen. 

Dat doen we onder andere voor intercedenten. Hun werk kenmerkt zich door de vele interacties met mensen. Voor een belangrijk deel natuurlijk met flexkrachten. Om de intercedent zo goed mogelijk te ondersteunen met technologie, is het relevant om te weten wat de flexkracht belangrijk vindt. Om antwoord te krijgen op die vraag deden we een interview-gebaseerd (kwalitatief) onderzoek (Enhancing the Communication between Flexworker and Intermediary, Sarah Roediger).

De respondenten bestonden niet alleen uit flexkrachten, maar ook uit intercedenten. Dit om een eventuele kloof waar te nemen tussen wat de flexkracht verwacht en wat de intercedent biedt. Voor ons is het namelijk van belang om de relatie tussen flexkracht en intercedent te kennen en begrijpen. Die kennis draagt bij aan ons doel om het om mensen te laten gaan. Het middel daartoe is slimme software die de intercedent helpt om een betere band op te bouwen met de flexkracht. 

Uit het onderzoek trekken we een aantal conclusies die antwoord geven op de vraag: wat vindt de flexkracht belangrijk? Dit artikel clustert die conclusies in drie hoofdgroepen, waardoor we kunnen stellen dat de flexkracht behoefte heeft aan:

1. Betrokkenheid

2. Invloed

3. Overzicht

1. Betrokkenheid

Betrokkenheid laat zich moeilijk kwantificeren. De respondenten spreken dan ook vooral van ‘een gevoel van betrokkenheid’. Dat gevoel ontstaat als de relatie tussen flexkracht en intercedent zich kenmerkt door een persoonlijke benadering. De flexkracht houdt het liefst één-op-één contact met een vaste intercedent. Daarin moet ruimte zijn voor de vraag ‘hoe het met de flexkracht gaat’, zonder dat dit een oppervlakkige vraag wordt. Oprechte interesse is voor de flexkracht de sterkste indicator van ‘een goede band met de intercedent’. 

Een gebrek hieraan blijkt tevens de belangrijkste oorzaak voor het vertrek van flexkrachten. De reden voor vertrek is lang niet altijd bekend bij intercedenten. De aanname van intercedenten dat flexkrachten elders meer kunnen verdienen, blijkt als factor veel minder zwaar te wegen. Veel vaker zijn de veranderende behoeften van een flexkracht de reden voor vertrek. Het vertrek had voorkomen kunnen worden door een hogere mate van betrokkenheid, waardoor de intercedent in een vroeg stadium op de hoogte is van andere behoeften van een flexkracht en hierop kan anticiperen. 

2. Invloed

Een andere reden voor vertrek van een flexkracht kan gevonden worden in ‘een gebrek aan invloed’. Het onderzoek toont aan dat ontevredenheid bij flexkrachten gevoed wordt door onduidelijkheid over — of een gebrek aan invloed op — het rooster en de werkzaamheden. De tevredenheid onder flexkrachten is hoog als ze ervaren dat het rooster en de inhoud van de werkzaamheden aansluiten op de aangegeven wensen en behoeften. 

Dat is op zich een voor de hand liggende conclusie. Dus om deze conclusie concreter en praktischer te maken, maken we een onderscheid tussen directe en indirecte invloed. Van directe invloed zou bijvoorbeeld sprake kunnen zijn als een flexkracht zélf diensten kiest en zich inroostert. Voor indirecte invloed is de rol van de intercedent als intermediair belangrijk. Als de flexkracht merkt dat de intercedent zijn behoeften goed vertaalt naar passend werk, dan krijgt de flexkracht een sterk gevoel van indirecte invloed. Dat ontstaat ook als de intercedent een vinger aan de pols houdt, bijvoorbeeld via polls of korte enquêtes. Via deze tussentijdse behoeftepeilingen kan een flexkracht blijvend invloed uitoefenen op het matchingsproces. Tegelijkertijd bieden dergelijke polls of enquêtes openingen voor de intercedent om een persoonlijke gesprek aan te gaan op basis van de antwoorden van de flexkracht. 

Die vinger aan de pols is dus tevens een aanjager van betrokkenheid tussen intercedent en flexkracht. Zo hebben ‘betrokkenheid’ en ‘invloed’ een direct verband met elkaar. 

3. Overzicht

Het onderzoek toont ook aan dat de flexkracht behoefte heeft aan overzicht. Bijvoorbeeld op het rooster, maar ook op het aantal gewerkte uren en hoe zich dat heeft vertaald naar het salaris. Uit de interviews met intercedenten kwam bijvoorbeeld naar voren dat flexkrachten niet altijd weten wat hun verlofsaldo is, zelfs niet als dit op het loonstrookje staat vermeld. Gevolg is dat de flexkracht belt of mailt met zijn intercedent om te achterhalen wat het (verlof)saldo is. 

Dat levert weliswaar een contactmoment op, maar een dergelijk contactmoment is niet erg inhoudelijk en diepgaand. Daardoor draagt het ook niet bij aan ‘het gevoel van betrokkenheid’. Het bieden van overzicht is daarmee een goed voorbeeld van iets wat beter geautomatiseerd kan worden, zodat de vrijgekomen tijd ten goede komt aan de band tussen flexkracht en intercedent. 

Anders gezegd: de intercedent benut een contactmoment liever door de flexkracht te vragen: “Hoe gaat het met je?”, dan dat hij antwoord moet geven op: “Wat is mijn verlofsaldo?”.

Overbruggen van kloof

In veel gevallen wil de flexkracht meer werken, maar blijkt de intercedent hier geen weet van te hebben. Dat veroorzaakt een kloof tussen wat de flexkracht verwacht en wat de intercedent biedt. Dit onbenutte potentieel kan ertoe leiden dat een flexkracht vertrekt. Punt één, twee en drie verlagen dit risico aanzienlijk. 

De resultaten van dit onderzoek bieden voor ons dan ook belangrijke voorwaarden voor de softwarematige oplossingen die we bouwen. Software moet overzicht bieden, de flexkracht een belangrijke mate van invloed geven en de betrokkenheid tussen flexkracht en intercedent versterken.

Wil je weten wat wij hiervoor hebben ontwikkeld? Bekijk dan hoe de PEP-app werkt of neem contact met ons op voor nog meer informatie. Dan laten we zien hoe we kunnen helpen om het weer om mensen te laten gaan. 

 

Meer nieuws